de ondeugende kabuters

De ondeugende kabouters.

 

 

 

 

In een grote paddenstoel daar woonde twee kabouters.

Een hete Pluk en de ander Pluis het weren echt twee stouterds.

Pluk was heel rond en dik en had ook een witte baard.

Pluis was heel dun en mager en droeg zijn haar in een staart.

Eens op een dag zei Pluk ik heb weer zin in smullen.

Kom snel mee Pluis naar het bakkertje om onze buik te vullen.

Hij ligt dan toch te slapen en zal van ons niets merken.

Want slapen kan het bakkertje ,van al dat harde werken.

Ze gingen dan ook snel op weg en in de bakkerij aangekomen.

Hadden ze allebei dan ook heel snel twee moorkoppen weggenomen.

Ze smikkelde en smulde het was een lieve lust.

Maar als je dacht dat was het dan nee hoor ,hun trek was nog niet gesust.

Het bakkertje werd wakker van hun praten en het smakken.

En riep boos naar de schelmen ,ik krijg jullie nog wel te pakken.

En sla dan heel hard op jullie broek met mijn grote schieter.

En nu er uit jullie schelmen ,verdwijn als de sodemieter.

Ze rende dan ook heel snel weg ,met de bakker op hun hielen.

En moesten ook erg uitkijken ,dat ze nergens over vielen.

Ze rende en ze rende en kwamen hijgend thuis.

Dat was maar op het nippertje he pufte Pluk en Pluis.

Ze plofte nu moe in een stoel en namen een glas wijn.

En beloofde onder het drinken daarvan ,om liever voor het bakkertje te zijn.

 

Jack.